Vlaanderen wil bestaande vaccinatiecentra maximaal inzetten voor boostercampagne

  • 16 december 2021

De IMC heeft op woensdag 15 december beslist om het interval voor een boosterprik in te korten naar minimaal 4 maanden na een tweede Pfizer- of Modernaprik. In Vlaanderen betekent dit dat zo goed als alle gevaccineerde 18+’ers in januari al in aanmerking komen voor hun derde prik. Om tegen eind januari zoveel mogelijk mensen de kans te geven zich te laten vaccineren, zullen de 84 bestaande vaccinatiecentra hun capaciteit en vaccinatiesnelheid eens te meer opdrijven. Minister Beke, het Agentschap Zorg en Gezondheid en de vaccinatiecentra en lokale besturen doen er alles aan om, gegeven de omstandigheden, een versnelling in te zetten. De mogelijkheden qua infrastructuur en personeel om dat te doen, zullen in elk vaccinatiecentrum verschillen en moet per centrum bekeken en aangepakt worden.

Vlaams minister voor Welzijn en Gezondheid, Wouter Beke: “Eens te meer doen we een beroep op inzet, de flexibiliteit en het engagement van onze vaccinatiecentra om een versnelling in de vaccinatiecampagne mogelijk te maken. Zij zijn het enige realistische kanaal om op heel korte tijd de massale vaccinatie te versnellen. Hun razendsnelle campagne in het voorjaar en de zomermaanden en snelle opstart van de boostercampagne, waardoor er nu al bijna 2 miljoen Vlamingen een booster gekregen hebben, bewijzen dat zij de expertise een ervaring hebben voor zo’n operatie.

De beschikbare data over de opmars van de Omikron-variant is reden voor bezorgdheid. Een versnelde boostervaccinatie is een noodzakelijke ingreep om een nieuwe golf met Omikron-besmettingen zoveel mogelijk te temperen. Daarom is besloten om de tussentijd voor een boosterprik voor beide mRNA-vaccins te verkorten naar minimaal 4 maanden, zodat meer mensen sneller uitgenodigd kunnen worden voor vaccinatie.

In Vlaanderen zullen zo ongeveer 2,5 miljoen mensen in januari nog in aanmerking komen voor vaccinatie. Om hen maximaal te kunnen uitnodigen en vaccineren in januari, zullen de bestaande vaccinatiecentra hun infrastructuur- en personeelscapaciteit opdrijven. Er zullen zo’n 700.000 tot 800.000 prikken per week gezet moeten worden, die de inspanningen van topweken in juni met meer dan 100.000 prikken overschrijdt. Dit jaar kunnen nog meer dan 500.000 prikken ingepland worden.

Alternatieve kanalen oprichten zoals extra centra of distributie van vaccins naar huisartsen of apothekers zijn op dergelijke korte termijn niet mogelijk en zouden de beschikbare personeelsmiddelen en vaccinvoorraden te veel versnipperen.

Voor hun opschaling zullen de vaccinatiecentra via de zorgraden van de eerstelijnszones een beroep kunnen doen op de lokale zorgverleners en de lokale besturen om oplossingen op maat te bieden voor de capaciteitsnoden, die in elk centrum zullen verschillen. Het Agentschap Zorg en Gezondheid zal de vaccinatiecentra zo goed als mogelijk ondersteunen en begeleiden bij hun opschaling.

  1. Vanaf vrijdag 17 december  zullen de vaccinatiecentra mensen kunnen uitnodigen met het verkorte interval. Verschillende vaccinatiecentra hebben aangeven ook volgende week nog extra en in de periode tussen kerst en nieuwjaar te kunnen vaccineren. Om in een kort tijdsbestek nog mensen te kunnen uitnodigen voor deze periode, kunnen ze naast de klassieke uitnodigingen mensen een aantal dagen op voorhand oproepen via QVAX. Het is dan ook belangrijk dat zoveel mogelijk mensen zich de komende dagen registreren op QVAX, zodat de vaccinatiecentra hun beschikbare capaciteit optimaal kunnen inzetten gedurende de rest van de vaccinatiecampagne. De vaccinatie tussen kerst en nieuwjaar blijft een lokale keuze van het vaccinatiecentrum. Zij zijn het best geplaatst om de lokale situatie in te schatten.
  2. Het Agentschap Zorg en Gezondheid heeft de voorbije dagen de vaccinatiecentra bevraagd naar hun mogelijkheden tot opschaling en zal dat ook de komende dagen verder in kaart brengen. De eerste algemene indruk is dat de meeste vaccinatiecentra mogelijkheden zien tot opschaling. De mogelijkheden zullen uiteraard wel verschillen tussen de centra. Voor noden aan medisch personeel is het Agentschap Zorg en Gezondheid de dialoog gestart met ziekenhuizen, Domus Medica en apothekers om maximaal de vaccinatiecentra bij te springen. Voor noden aan infrastructuur, zoals een uitbreiding van de wachtzaal of parking, en niet-medische personeelsnoden zal het lokale bestuur het eerste aanspreekpunt zijn voor het vaccinatiecentrum. Zorg en Gezondheid zal noden van individuele centra ook met hen bespreken om te helpen zoeken naar oplossingen. De snelheid van opschaling en dus vaccinatie zal onvermijdelijk lokaal verschillen.
  3. Indien ook de kindervaccinatie van de 5- tot 11-jarigen goedkeuring krijgt van de IMC, wordt die idealiter zo snel mogelijk opgestart. Vaccinatiecentra met voldoende capaciteit kunnen dit zelf organiseren. Indien er onvoldoende capaciteit is in het vaccinatiecentrum, dan zal het Agentschap Opgroeien de zorgraad bijstaan om een extern vaccinatiepunt op te richten dat bevoorraad wordt door het vaccinatiecentrum. Ook de CLB’s worden nauw betrokken bij zo’n kindervaccinatiepunt.
  4. Ondanks inspanningen om in alle vaccinatiecentra de capaciteit te versterken, zullen regionale verschillen in capaciteit onvermijdelijk zijn. Niet elk centrum zal in staat zijn voldoende op te schalen. Naar het einde van de boostercampagne toe (eind januari), willen we samenwerking mogelijk maken tussen vaccinatiecentra om de werklast te spreiden. Dit zal op dat moment besproken worden met de betrokken vaccinatiecentra.

Wouter Beke: “Onze vaccinatiecentra hebben de voorbije weken al ongelofelijke inspanningen gedaan om mensen een boosterprik aan te bieden. Maar bij de meeste vaccinatiecentra begon het interval als een te grote rem te werken. Door de dreiging van de Omikron-variant moeten we versnellen om iedereen voldoende te beschermen. Door de verkorting van interval kunnen de vaccinatiecentra opnieuw heel wat mensen uitnodigen. We hopen hiermee dat we de mensen kunnen beschermen tegen de ernstige gevolgen van een COVID-19 besmetting. Het is wel zo dat vaccineren een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde is om deze pandemie te bestrijden. Ik kan er niet genoeg op hameren: preventieve gezondheidsmaatregelen blijven nodig.