Van levering tot arm: welke stappen zijn nodig om een vaccin te kunnen zetten

We doen er alles aan om elk beschikbaar vaccin zo snel mogelijk toe te dienen. Toch zijn er continu vaccins die al geleverd zijn, maar nog niet toegediend. Ze lijken "op voorraad" te zitten. Waarom zijn dan nog niet alle geleverde vaccins gebruikt?

  1. Er is een minimale doorlooptijd tussen het moment dat een vaccin wordt aangekondigd, in ons land arriveert en dat het kan worden toegediend aan een persoon
  2. Elk vaccin dat binnenkomt, wordt meteen ingezet: de doorlooptijd begint tot toediening. Ondertussen komen er nieuwe vaccins binnen, die dezelfde weg afleggen.

Zo heb je continu:

  • vaccins die worden toegediend,
  • vaccins die in de doorlooptijd “onderweg zijn” om toegediend te worden
  • vaccins die nieuw binnenkomen en starten aan hun doorlooptijd.

Dat is het principe van een “rollende voorraad”.

Waarom lijkt het dat de voorraad groter wordt?

Het is niet de voorraad die groter wordt, de leveringen worden groter. De leveringen van vaccins worden momenteel elke week groter. Dat zorgt ervoor dat we meer kunnen vaccineren. Het gevolg is ook dat de rollende voorraad schijnbaar week na week groter wordt. Elk vaccin dat toekomt, moet immers de minimale doorlooptijd doorlopen om toegediend te kunnen worden. En het aantal vaccins dat nieuw binnenkomt en start aan zijn doorlooptijd, is dan groter dan het aantal vaccins in doorlooptijd, wat weer groter is dan het aantal vaccins dat op dat moment toegediend wordt. 

De weg van het vaccin naar een vaccinatiecentrum en de arm van persoon

1. Startschot: toewijzing (vooraf of meteen)

Als de Vlaamse overheid weet dat er vaccins komen of geleverd zijn, stuurt ze een bericht naar de vaccinatiecentra hoeveel vaccins ze elk over twee weken krijgen en starten de voorbereidingen. Wanneer de overheid dit startschot geeft, is afhankelijk van het risico. Voor vaccins met meer betrouwbare leveringen, gebeurt dit nog voor het vaccin geleverd is aan de overheid. Dit is een risico: als er iets misgaat met de levering, zijn mensen uitgenodigd voor vaccins die er niet zijn. Voor vaccins met minder betrouwbare leveringen, geeft de overheid het startschot eens het vaccin echt geleverd is.

2. Fysiek transport en voorbereiden voor toediening (2 weken)

Eens de overheid het startschot gegeven heeft, wordt het fysieke transport geregeld van het vaccin naar het vaccinatiecentrum. Dat gebeurt door een gespecialiseerde firma en gebeurt op een paar dagen tijd. Dat transport duurt maar een paar dagen en gebeurt parallel met de voorbereidingen in het vaccinatiecentrum. Daardoor heeft het transport momenteel geen invloed op de doorlooptijd. 

Het vaccinatiecentrum begint dan ook meteen aan de voorbereidingen die nodig zijn om een persoon te kunnen vaccineren. Daarvoor laten we een week tussen het startschot en de week waarin het vaccin wordt toegediend

  • De uitnodigen worden verstuurd via een automatisch systeem en naar de e-mail, het burgerprofiel (e-box) en de brievenbus (post) gestuurd van de persoon die gevaccineerd moet worden. Die heeft dan even de tijd om daarop te kunnen reageren (de afspraak bevestigen, verplaatsen, maken, hulp bij vervoer zoeken etc).
  • Het vaccinatiecentrum voorziet personeel om voldoende vaccinatielijnen te bemannen en de mensen te ontvangen en te vaccineren.
  • Het vaccinatiecentrum heeft nog tijd om mensen die hun afspraak niet bevestigen te contacteren, vrijgekomen plaatsen in te vullen etc.

3. Het vaccin wordt toegediend.

De belangrijkste stap! De persoon komt volgens zijn afspraak in het vaccinatiecentrum en krijgt het spuitje in de arm.

Soms kan het kan het langer duren dan gepland om een vaccin toe te dienen, bv. als iemand niet opdaagt voor zijn afspraak, een thuisvaccinatie moet gebeuren, een vaccinatie wordt uitgesteld.

4. De registratie

Het vaccinatiecentrum registreert de toediening van het vaccin en we kunnen 1 persoon bijtellen in de grafieken en statistieken waarop we de vaccinatiegraad kunnen aflezen. Die registratie komt altijd met minstens 1 dag vertraging in de cijfers. 

Wat betekent dit traject voor de doorlooptijd van elk type vaccin?

Wanneer dat traject kan starten met de toewijzing (het startschot), hangt af van van hoe zeker de overheid ervan kan zijn dat het vaccin er daadwerkelijk zal zijn als we het nodig hebben, hoe zeker we dus zijn dat de producent van het vaccin levert wat hij aankondigt. Dat verschilt per type vaccin.

Andere wegen

Niet elk vaccin volgt deze weg naar het vaccinatiecentrum

Sommige vaccins moeten we in reserve houden als tweede dosis, omdat er veel te weinig zekerheid is dat er op tijd voldoende vaccins zullen komen om mensen op tijd hun tweede dosis te geven. Voor vaccins van Moderna moeten we momenteel telkens een tweede dosis in reserve houden. Dat maakt dat voor de helft van die vaccins er al minstens een doorlooptijd is van 28 dagen. Naarmate de tweede dosis nadert voor andere vaccins, kunnen we ook hier beperkte reserve voor inbouwen

Er gebeuren ook vaccinaties buiten de vaccinatiecentra, bijvoorbeeld in ziekenhuizen. Daar kan een vaccin op voorraad blijven voor het aan de juiste patiënt of zorgverlener kan worden toegediend.

pdf bestandVisual: de weg van een vaccin van levering naar arm (165 kB)

De standaard doorlooptijd per type vaccin